29-11-07

TERWIJL MIJN KRACHT VERGAAT

Spreken met God over het levenseinde, Dr. W.H. Velema,

Heerenveen, 2007, blz. 123
ISBN 987-90-5829-863-8.

 image

Het boekje van Dr. Velema richt zich vooral op de oudere mens van zestig jaar en ouder.

Het is een pastorale handreiking met als rode draad: Gods zorg bij het begin, tijdens en naar het levenseinde toe.

In een tiental hoofdstukken komen aan bod: oud worden naar de Schriften, de jeugdjaren die terugkomen, het loslaten, het alleen achterblijven, een leven zonder partner, het verlies van kinderen, lichamelijke en/of mentale aftakeling, nog steeds lid van de gemeenschap van de kerk, geloofsbeleving -soms donker, soms licht en tenslotte een blij vooruitzicht.

De auteur hoopt dat het boekje voor de lezer leerzaam en bemoedigend mag zijn.

Graag zou ik met u de hoofdstukjes in het kort willen overlopen, misschien zowel ter herkenning als ter bemoediging voor deze of gene, mocht ook onze levenskracht verminderen.

 

Ø      Hoofdstuk 1: terugkijkend besef je misschien, als je oud bent geworden, dat het leven toch een wonder is. Je beseft ouderdom staat synoniem met het vergaan van onze krachten. Je leest er meer over in Psalm 71. Een mens gaat op een bepaald moment onomkeerbaar zijn laatste levensfase in. Het is de mens nu eenmaal gezet te sterven (Hebr. 9: 27). Oud worden naar de Schriften wil zeggen: je ervan bewust zijn dat je op weg bent naar het einde. En tijdens dat proces, die laatste levensfase, spreekt een gelovig mens in meditatieve momenten met God. Dit spreken is een je voorbereiden op het sterven.

Oud worden naar de Schriften is op weg zijn naar de ontmoeting met Jezus de  Opgestane. In gelovige mensen leeft de hoop dat we in Christus eens mogen thuiskomen.

Ø      Hoofdstuk 2: bij het oud worden, zo valt Velema op, ga je weer aan vroeger denken. Was je vroeger druk; nu komen er meer momenten van stilte en je gedachten vullen zich weer met vroeger. We kijken achterom en je bekijkt het leven niet meer zo zwart-wit. Langzaam maar zeker worden je de touwtjes uit handen genomen, of ze glippen je tussen de vingers weg. Licht en donker kleuren je gedachten. Zelf ziet de schrijver maar een weg om met het verleden, het donkere dat vaak overheerst, in het reine te komen namelijk met onze zonden en pijn over verleden en heden tot bij Jezus te gaan.

Pas wanneer we willen over gaan tot een verwerking van ons verleden, dan alleen haalt de mooie herinnering het en zie je hoe goed God voor je is geweest.

Ø      Hoofdstuk 3: Oud worden is loslaten. We moeten vooruit en toch, hoe velen blijven steken in wat voorgoed voorbij is. In je ouderdom leren vooruitzien dat is niet simpel. Hoezo ook? Wat heeft een ouder mens nog te verwachten, behalve ziekte en gebreken?

Velema kiest voor het met God heel bewust loslaten van het verleden. We moeten doorschuiven en er op vertrouwen dat God er ook in die andere levensfase is.

Een mens moet afstand doen met blijdschap en dankbaarheid voor wat is en wat hij/zij mocht doen namens God. Dat loslaten, losgemaakt worden is al een vooruit blik op het grote loslaten dat in het sterven aan ons wordt voltrokken.

 Hoofdstuk 4: wanneer we oud mogen worden dan wordt ons kringetje steeds kleiner, het krimpt, de belangstelling dooft, het gesprek zowel in het voeren ervan als in het aanhoren. Alles wordt moeilijker en vermoeiend. De weg naar het einde kan en is lichamelijk en psychisch moeilijk voor zowel de oude mens als voor zijn/haar omgeving. En soms ontvalt je man/je vrouw ook nog. Het is dan moeilijk de draad weer op te pakken en om de situatie te aanvaarden zoals die is.

 Het komt neer op het zoeken en betrachten van een positieve instelling tegenover het leven: een er zijn voor anderen, omdat God er voor mij wil zijn. Ik heb veel verloren, maar niet mijn leven: dus ook niet mijn levensopdracht en vooral niet mijn God, Die zich als een Vader met mij bemoeit. De herwonnen positieve levensinstelling is vooral vrucht van een omgaan met het Woord van God. Leven is geven en nemen, is in- en uitademen en dat lukt je als je de omgang kent met God. Leer dus je hart voor Hem van je verdriet leeg te maken.

Ø      Hoofdstuk 5: gaat verder in op het verlies van je partner. Het leren aanvaarden is al een stuk verwerking. Je staat er nu alleen voor. Zoek en onderhoud dus contacten opdat je voor anderen iets blijft betekenen en zij u kunnen bemoedigen. Er kan door het verlies een breuk komen in de omgang met God. Lees daar maar eens Psalm 77 op na. En toch… God is er, God redt. Heeft Hij niet ook Zijn volk verlost? God gaat met Zijn volk Zijn eigen weg. Zijn herderlijke zorg houdt stand, zelfs in de grootste moeite.

Ø      Hoofdstuk 6: soms ontvallen je ook kinderen. Een wond moet de tijd krijgen om te kunnen genezen. Maar een wond trekt alleen maar dicht als wij het gebeuren, wat ons overkomt, willen aanvaarden. Innerlijk afstand doen en loslaten vraagt om geestelijke moed.

God gunt ons tijd maar niet te lang. We moeten vooruitzien en doordat vooruitzien leren we loslaten. Nee, geen zelfbeklag maar wel je bewust zijn van je kwetsbaarheid. Vraag God om: Neem Gij mijn verdriet in Uw hand, geef kracht om vooruit te zien en te gaan.

Ø      Hoofdstuk 7: Met onze ouderdom komt de lichamelijke en mentale aftakeling, onverwacht of er naar toegeleefd. Misschien leren we God in de ouderdom anders kennen dan we gewoon waren. En ook nu weer, gelijk vroeger, moeten we leren God te volgen in vertrouwen zonder vragen met het weten Hij weet best. In ons geloof verwacht je in vertrouwen van Hem alle hulp. We kijken als het ware omhoog. Het geweldige van het evangelie is dat God in alle donkerte Zijn licht wil laten schijnen in en om ons heen. De lichtstad Jeruzalem werpt in het geloof, in onze verwachting reeds haar lichtglans vooruit. Jezus’ licht blijft stralen in de winter van ons leven en dus al naar ons levenseinde toe.

Ø      Hoofdstuk 8: De oude mens is lid van de gemeente, ook in de ouderdom als hij/zij niet meer kan komen omwille van lichamelijke en mentale gebreken. Oude gemeenteleden zijn misschien uit het gezichtsveld verdwenen, maar ze zijn er wel degelijk nog. Ook zij maken deel uit van het lichaam van Christus. Als ze uitvallen dan is het lichaam een verminkt lichaam. Ze horen erbij dus laten we met hen rekening leren houden. Van de ouderen mogen we ook verwachten dat ze meeleven en voorbede voor de gemeente doen. Bij de laatste levensfase ligt het initiatief meer bij de kinderen, de gemeente dan bij de ouderen. Zij worden immers meer en meer ontvangende partij. Laat de gemeente in het geven van aandacht en liefde laten zien dat de ouderen er nog helemaal bijhoren.

 Ø    Hoofdstuk 9: Godsbeleving -soms donker -soms licht. Het geweldige van Gods Woord is vooral Zijn belofte dat het donker van de avond niet tegen het licht op kan. Het gaat er vooral om dat we de gemeenschap met God zoeken. Zodat wanneer de duisternis ons overvalt wij weten dat er dan toch nog het licht is. Dat God mij door Zijn liefde en trouw naar zich toetrekt. God wil ons uit het duister halen en Hij zal ons met Zijn licht bestralen.

Ø      Hoofdstuk 10: eindigt met een blij vooruitzicht. Wij zullen, ontwaakt, Zijn lof zingen. Door onze overgave aan Gods genadige leiding en liefde worden wij op Zijn weg gezet naar een eeuwig leven. De weg die wij moeten leren gaan, die leren wij alleen gaan achter Jezus aan. De opgang wordt bewerkt van boven af. Jezus komt ons in Gods woord reeds tegemoet. In het donker hoeven wij Godzijdank niet zonder hoop te sterven. Een gelovig mens mag God reeds kennen als een God die al onze tranen zal afwissen en eens zullen wij in volkomen gemeenschap van geloof en liefde Hem persoonlijk mogen ontmoeten.

De toegang tot God, tot ons thuiskomen wordt echter slechts ontsloten doordat wij de Here Jezus persoonlijk tot onze Zaligmaker zullen aannemen. Een andere deur is er niet.

Besluit

Wanneer, en zo besluit Velema zijn boekje, wanneer we bereid zijn ons leven aan Hem over te geven, dan zal Hij een steeds grotere plaats in ons leven weten in te nemen; waardoor ook het gevoel en de zekerheid in ons zal groeien "ik mag me in Zijn hand geborgen weten, hoe het ook gaat, ik ken het eindpunt van mijn reis, O Here, houd me dicht bij U en ga mee...ook tijdens de laatste schreden".

Al met al een leerrijk en bemoedigend boekje. Het blijft niet steken in de zwaarte van het onderwerp, maar elk hoofdstuk eindigt bemoedigend positief. Veel doet het ook dat de auteur zelf schrijft over een levensfase die hij zelf mocht ingaan. Wanneer Dr. Velema schrijft over het wegvallen, het verlies van een partner in de ouderdom dan weet je als lezer ook dat Velema schrijft over iets wat hij zelf ervaren heeft. Het boekje is namelijk opgedragen aan zijn vrouw met wie hij vijftig jaar getrouwd was en die in 2004 kwam te overlijden.

Een pastoraal sterk boekje en dus een aanrader.