08-01-13

Kaarsen in de kerk

kaars-in-de-kerk_19-128080.jpg

 Symbool van  Christus

 

 

 

Met het opnieuw invoeren van de Paaskaars werden er vragen gesteld naar dit gebruik. Men wees er ook op dat sommige leden binnen de gemeenschap het gebruik van kaarsen té katholiek konden vinden. Brandende kaarsen zouden enkel voorkomen in de katholieke, zeg maar Roomse kerk. Dit is echter een stelling die we ten zeerste moeten tegenspreken. Het gebruik van licht, van kaarsen onder welke vorm ook, dateert al van lang voor het ontstaan van de katholieke kerken.

 

Bij de Joden was het licht al een heel bijzonder symbool. Want op de eerste dag van de schepping schiep G’d het licht. Zonder licht is er immers geen leven. In het oude verbond of testament toen de eerste tempel G’ds op aarde werd gebouwd, als een tabernakel van het getuigenis, werden er lampen gebruikt tijdens de erediensten, zoals de HEER zelf verordend had. In Exodus 40:24 -25 lezen we: Vervolgens zette hij de kandelaar in de tent van de ontmoeting, tegenover de tafel, aan de zuidkant van de tabernakel. En hij stak de lampen aan voor het aangezicht van de HEER, zoals de HEER Mozes geboden had. Later in navolging van dit voorbeeld werd het aansteken van kaarsen en waaklichten geïntroduceerd in de diensten van de Nieuwtestamentische Kerk. Ook in het boek Handelingen 20:8 lezen we: "bevonden zich vele lampen in de zaal waar ze vergaderd waren”. De verwijzing naar vele lampen betekent dat deze niet enkel gebruikt werden voor de verlichting, maar omwille van hun spirituele betekenis.

 

PAASKAARS

 

De paaskaars wordt in de paasnacht voor het eerst ontstoken en symboliseert in de eredienst het licht van de verrezen Christus. Het licht van de Paaskaars verdreef de donkerte van het gebouw en symboliseerde Jezus Christus, die het duister, het kwaad heeft overwonnen.

 

Reeds in de tweede eeuw schreef de kerkvader Tertullianus: "Wij hebben nooit een dienst gevierd zonder kaarsen en we gebruiken ze niet enkel om de duisternis van de nacht te verjagen. We vieren ook diensten bij daglicht. Maar we hebben de bedoeling met deze brandende kaarsen Christus voor te stellen, het Ongeschapen licht, in het welke wij wandelen, zowel bij volle dag als bij duisternis". Bij Hiëronomos in de vierde eeuw lezen we: “"In alle Oosterse Kerken worden kaarsen aangestoken, op het ogenblik waarop men aanvangt met het lezen van het Evangelie. Niet om de duisternis te verjagen, maar als teken van vreugde...." Om in dit licht het licht terug te vinden waarvan sprake is in de psalm 119: 105 “Uw woord is een lamp aan mijn voeten en een licht op mijn weg".

 

Vorige maand hadden we het nog over het Brandend Braambos in de Westerkerk in Amsterdam. Het is een bijzondere plek in de kerk om even stil bij te worden en een kaarsje aan te steken. Juist in een tijd waarin tegenstellingen op religieus en maatschappelijk terrein zich sterk kunnen laten gelden, verbeeldt het Brandend Braambos wat christelijke, joodse en islamitische tradities met elkaar verbindt. Het Brandend Braambos komt tegemoet aan een universeel menselijk verlangen: om het onbenoembare te ervaren en het onbereikbare nabij te brengen.

 

Waar ik ook ben, waar ik ook reis, overal maak ik even tijd om een kerkje te bezoek en indien mogelijk er een kaarsje aan te steken uit dankbaarheid. Om even stil te staan ook in deze woelige tijden en mijn aandacht enkel op Hem ter richten. Wanneer ik dan de kerk heb verlaten weet ik dat mijn kaarsje er nog even blijft. I wil ook graag bidden en een zegen vragen maar wil ook graag iets terug doen en daarom steek ik dan even een kaars aan. In Athene werd ik bij het bezoek aan een orthodoxe kerk enorm getroffen door de devote schoonheid van een Christus icoon. Een orthodoxe priester tikte me toen vriendelijk op de schouder en zonder één woord te zeggen stopte hij me een kaars in de hand. Een échte van echte bijenwas die ik in dankbaarheid ontstak. (rb)

 

 

 

 

 

 

 

14:16 Gepost door Rony | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.