21-01-10

MEDITATIE

 

Gij  zijt het licht der wereld, een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven (Matteus 5: 14)

 

Mensen die een huis kopen en of huren willen, krijgen van vrienden wel eens de raad dat moet u vooral in de winter doen. U vraagt hoezo? Nu in de winterperiode ziet u met een oog opslag waar er gebreken zijn..in de zomer zomert het en alles is mooi en het geurt en bloeit zo mooi..maar in de winter niet..en wat u dan allemaal kan zien?

Rond de maand december stond ik voor onze kerk en de mensen in de bestuursraad weten :dominee, zou graag de voorgevel willen beschermd zien..ze wordt helemaal vol gebouwd en dat ongevraagd en gewoon gedaan.

En daar sta je dan, je ziet met de jaren de verkeersborden opduiken en een nog grotere electriciteitskast en je vraagt je af kan dat zomaar?

Maar dat niet alleen, er steekt ook iets aparts uit, een ijzerwerkje zonder zin of doel. Moet u maar eens kijken. Toen ik het er met onze penningmeester over had, zei hij, dat is een oude lantaarn geweest. Die stond daar nog uit de jaren stillekes en vroeger had de stad daar ook nog mensen voor in dienst, die de lantarens aanstaken.

Hier heb ik ooit eens een mooi verhaal over gehoord. Nu moet ik er wel eerst een licht in mijn geheugen zien voor aan te steken om het te vinden… dus gevonden.

Het noemt:

De lantaarnaanstekers.

Ze noemde Janny, neen niet de onze uit de kerkenraad. Janny luisterde graag naar de verhalen van oma. Op een avond toen de zon onderging, zaten ze moe samen op de tuinbank..

 

Toen de zon wegzakte en de sterren begonnen te twinkelen, zei Janny: mooi hè, oma?

Ja, zei oma. Ik heb in mijn leven al heel wat zonsondergangen mogen meemaken en toen de sterren zo een voor een aangingen, moest ik denken aan de lantaarnaanstekers. Janny vroeg zelfstandig en kwiek als ze al jong was, wat zijn dat, daar heb ik nog nooit van gehoord?

Ja, toen ik nog heel klein was, vertelde oma, toen was er nog geen straatverlichting zoals nu. Op donkere avonden namen de mensen zelf nog hun eigen lampen mee als ze naar buiten gingen voor een bezoekje. Ja precies, die we nu nog hebben en zien als mensen gaan kamperen en toen kwam dat prachtige gaslicht. Ons huis stond boven op een heuvel en zo tegen zonsondergang begon de lantaarnopsteker van de stad zijn ronde te doen. Hij had een lange stok met aan het eind een haak. Met die haak draaide hij de gaskranen boven in de lantaarnpalen open en elke morgen draaide hij ze weer dicht.

Janny was verbaasd toen oma, kwiek en zelfstandig als ze nog was, haar plots vroeg: Heb jij er wel eens aangedacht dat jij een van Gods lantaarnopstekers mag zijn? Wat bedoelt u oma? Er zijn toch helemaal geen lantarens meer die ik kan aansteken? Dat weet ik ook wel Janny, zei oma. Ik bedoel als je, gelukkig, positief probeert te doen om anderen te helpen, als je lief, vriendelijk bent, zachtmoedig en goed, dan zul je bij een ander een lamp kunnen aansteken van troost, hulp en bemoediging. Vooral als hij, zij het even niet meer ziet zitten.

Wij zijn allemaal Gods lantaarnaanstekers en we moeten ook zeker zijn dat het licht dat in ons schijnt, helder blijft branden opdat de mensen die in de war zijn geraakt weer de juiste weg terug kunnen vinden. Jezus zei eens: Wij zijn het licht der wereld en dus ook jij, u. Ben jij nog een lichtend licht in u zelf als ook voor anderen?

   

“O God , give me the wisdom to recognize love

The ability to share it

The capacity to return it

And the light to keep it.”

17:47 Gepost door Rony in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.